Posts tonen met het label Rijksdagbrand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rijksdagbrand. Alle posts tonen

6 februari 2013

Totalitaire propaganda

Willi Münzenberg, ook wel de 'rode miljonair' genoemd
Toen na de Tweede Wereldoorlog de brute misdaden van de nazi's bekend werden, was het algemene gevoelen dat de nationaal-socialisten de ware aanstichters van de Rijksdagbrand waren geweest. Verwonderlijk is dat niet omdat de stalinistische leugens daarover (de complottheorie, zoals gepropageerd in de z.g. Bruinboeken) ook de westerse democratieën heel goed van pas kwamen; want daarmee konden zij hun eigen lamlendigheid en passiviteit tegenover de opkomst en dictatuur van Hitler rechtvaardigen. De anonieme Bruinboeken waren in de jaren '30 wereldwijd populair. Voor de eerste keer werd daarin gedocumenteerd verslag gedaan van de gruweldaden van het naziregime, de boekverbrandingen, moordpartijen en concentratiekampen. Dit verslag verleende het andere deel van het boek, een relaas van de brandstichting waarin Marinus van der Lubbe werd neergezet als een werktuig van de nazi's, een zekere geloofwaardigheid. Nu werd dat verhaal onmiddellijk door vrijwel alle kranten ter wereld als sensationele onthulling overgenomen. "Nazi's zelf aanstichters van de Rijksdagbrand!" "Communisten onschuldig!", schreeuwden de krantenkoppen. (Televisie was er nog niet.) De gearresteerde Hollandse 'communist' Van der Lubbe zou al tijdens eerdere reizen in Duitsland kontakt hebben gelegd met nationaal-socialisten! Het met veel bravoure verzonnen verhaal over de onderaardse tunnel, waardoor een SA-colonne het Rijksdaggebouw binnendrong om de parlementszaal met ontvlambare vloeistoffen te prepareren, terwijl Marinus door een zij-ingang werd binnengelaten om her en der in het gebouw brandjes te stichten en zich als enige te laten arresteren, spreekt tot op de dag van vandaag tot de verbeelding. De communistische mediamagnaat Willi Münzenberg komt de verdienste toe deze ingenieuze mythe samen met Otto Katz te hebben bedacht en in de publieke opinie verankerd.


Het partijcommunisme - de Communistische Internationale (Komintern) onder leiding van Stalin-Rusland - heeft enorm van de Rijksdagbrand geprofiteerd. Ik bedoel niet persee de Duitse Communistische Partij (KPD), waarvan vele spelers vlak na de brand - voorzover zij niet naar het buitenland waren gevlucht - in het concentratiekamp belandden, maar daar had Stalin in het grote spel van de wereldpolitiek niet zoveel moeite mee. Hij heeft wel veel meer kameraden laten ombrengen in binnen- en buitenland! Willi Münzenberg, propagandamagnaat van  de Komintern, die direkt na de Rijksdagbrand vanuit Duitsland naar Parijs was gevlucht, zag in deze brand de kans van zijn leven. Gefinancierd door Moskou zette hij een enorme propagandastunt op poten, verscholen achter organisaties met neutrale, humanitair klinkende namen, zoals het 'Wereldcomité voor de Slachtoffers van het Hitler-fascisme'. Dit Comité trok in vele westerse landen prominente niet-communistische beroemdheden aan om zitting te nemen in de diverse landelijke comités. Münzenberg - een genie op propagandagebied - is de grote uitvinder van de zogenaamde mantelorganisaties, die sindsdien door allerlei regimes worden gebruikt, maar vooral door de communisten. "Via die nevenorganisaties kun je andere mensen (het liefst vooraanstaande publieke figuren of mensen met geld) erbij betrekken op niet-communistische denkwijze, als het ware vanuit humane en sentimentele gronden," aldus een oud-partijcommunist in Rotterdam (geciteerd in Rood Rotterdam in de jaren '30, uitgave Raket, 1984). Je kunt die mensen dan aktiviteiten laten ontwikkelen die - zonder dat zij er zich bewust van zijn - in de kaart spelen van de achter de schermen opererende communisten. Het 'Wereldcomité voor de Slachtoffers van het Hitler-fascisme' is een goed voorbeeld van zo'n communistische mantelorganisatie. Dit Comité verleende helemaal geen hulp aan de slachtoffers van het Hitler-fascisme, maar bracht onder meer de beruchte Bruinboeken uit, waarin Van der Lubbe als nazi-provocateur werd geportretteerd, en het organiseerde in september 1933 het z.g. Tegenproces in Londen, een tribunaal waaraan internationaal befaamde liberale juristen deelnamen om Marinus van der Lubbe als 'pion' van de nazi's te veroordelen, zonder te weten dat zij door 'Moskou' werden gemanipuleerd.
Goelag-Rusland jaren '30
Omdat de vier communistische medeverdachten in het Rijksdagbrandproces te Leipzig - wegens gebrek aan bewijs - werden vrijgesproken, leek het erop dat voortaan het communisme, en de Komintern, in de publieke opinie werden vrijgesproken van alle slechte bedoelingen, gemene opzet en gewelddadigheid, die hun gewoonlijk waren toegeschreven. Terwijl de communisten in de media altijd waren geportretteerd als meedogenloze wereldrevolutionairen, kwamen ze nu in de picture als achtenswaardige, onschuldig vervolgde democratische antifascisten. Als bij toverslag! Willi Münzenberg komt de eer toe in 1933 een nieuw gezicht voor het stalinisme te hebben bedacht: dat van het antifascistische communisme. De communisten werden plotseling als helden van de democratie voorgesteld tégen de dictatuur (van Hitler). Op die manier draaide het Rijksdagbrandproces uit op een eclatante overwinning van de Communistische Internationale. Ook al kon Hitler daarna de macht naar zich toetrekken, Stalin - zijn tegenvoeter in de totalitaire propagandaslag - kon dat eveneens. In het publicitaire geweld van beide grootmachten werd de eenmansactie van Marinus vernietigd, en hijzelf onthoofd.
Kort daarop begonnen in Sovjet-Rusland de z.g. Moskouse processen, waarbij Stalin zijn oude kameraden liet uitmoorden. Opposanten, zoals anarchisten en onschuldigen werden, en waren al in heel Rusland bij duizenden opgepakt, doodgeschoten of naar de concentratiekampen afgevoerd. Maar de terreur in Stalin-Rusland was indertijd gewoonlijk in de publieke opinie van Oost en West verborgen, de terreur in Hitler-Duitsland was daarentegen algemeen bekend, voor wie het kon en wilde weten.

Wat de hierboven in het kort geschetste propaganda betreft, is het boek van François Furet daarover heel interessant: Het verleden van een illusie (Amsterdam, 1996), zie vooral blz 284-285, waar hij alles in een notendop samenvat. Verders zijn de boeken van Martin Schouten over Rinus van der Lubbe uitermate geschikt om over de Bruinboeken en het Tegenproces in Londen te raadplegen: zie de eerste druk (1986) rond blz 106; of anders de tweede druk (1999) rond blz 112.




29 maart 2012

Dirk van Eck-Stichting opgegaan in Historische Vereniging Oud Leiden



Eind jaren 1990 publiceerde ik in het Amsterdamse actieblad Ravage een serie van drie artikelen over Marinus van der Lubbe en de Rijksdagbrand. Daarin wordt de these van de eenmansactie uiteengezet. Op verzoek van de Dirk van Eck-Stichting in Leiden bewerkte ik deze artikelenserie opnieuw - en nu geannoteerd - met het oog op een publicatie in het Jaarboek der sociale en economische geschiedenis van Leiden en omstreken 1999. Dit jaarboek verscheen in 2000. Het is dit artikel dat twee jaar later door uitgeverij de Dolle Hond in Amsterdam werd uitgegeven in de vorm van een brochure. Deze brochure is nog steeds verkrijgbaar, onder meer in het Fort van Sjakoo in Amsterdam.

In 2004 verscheen een meer uitgebreide versie van het boekje in het Frans. Sindsdien zijn er vertalingen in het Italiaans en Spaans gepubliceerd.

In mijn blogbericht van 17 april 2010 geef ik een link naar de brochure van de Dolle Hond, die je daar kunt downloaden. Helaas is die tekst zonder illustraties, zoals in de gedrukte versie afgedrukt. De Dirk van Eck-Stichting is evenwel druk bezig hun jaarboeken on line te plaatsen. Dat betekent dat mijn artikel over Marinus van der Lubbe in de prachtige opmaak van het Leidse jaarboek - met illustraties - op internet kan worden gedownload. Het verscheen in twee afleveringen, dus klik alhier op deel 1 en deel 2. (met een rechtermuisklik in een nieuw tabblad, of nieuw venster, te openen)




7 januari 2011

Bij de dood van Fritz Tobias



Op nieuwjaarsdag 2011 is Fritz Tobias overleden. Een ‘amateurhistoricus’, daar maakten zijn tegenstanders hem voor uit. Maar dat deerde hem niet. Door eigen stug volgehouden onderzoek weerlegde hij na de Tweede Wereldoorlog de these dat de nazi’s de aanstichters waren van de Rijksdagbrand en Marinus van der Lubbe hun hulpje. Hij was de eerste schrijver die de bekentenissen van Van der Lubbe direkt na diens arrestatie serieus nam, en vond op die wijze de sleutel tot de oplossing van het raadsel van de Rijksdagbrand.

Fritz Tobias is op 3 oktober 1912 in Charlottenburg (Berlijn) geboren. Op jonge leeftijd begon hij als boekhandelaar te werken in het socialistische vakbondsgebouw in Hannover; ook zijn vader was in de socialistische vakbond werkzaam. In maart 1933, vlak na de Rijksdagbrand, arriveerde de SA en kon iedereen vertrekken; het vakbondsgebouw werd gesloten. Na dit gedwongen ontslag kreeg de jonge Tobias een tijdlang een uitkering van ruim acht mark per week; in de jaren daarna kwam hij te werken als assistent in een advocatenkantoor. Al die tijd was Tobias ervan overtuigd dat de nieuwe machthebbers in Duitsland met de Rijksdagbrand een ‘ploertenstreek’ hadden geleverd.

In 1940 werd Tobias door de Hitlerbende opgeroepen om als soldaat in de Wehrmacht te dienen, waaraan hij zich niet kon onttrekken. In de herfst van hetzelfde jaar werd hij in Rotterdam ondergebracht bij de Ortskommandantur om als schrijver te dienen; zijn taak was onder meer om de vele ingekomen brieven, waarin de Rotterdammers hun buren of andere lui waaraan zij een hekel hadden, bij de Duitse bezetter verlinkten, te vertalen. Op die manier heeft Tobias Nederlands geleerd. Na in Roermond en Arnhem gestationeerd te zijn werd hij uitgezonden naar Rusland, daarna naar Italië, waar hij in april 1945 zwaar gewond raakte en in een Amerikaans ziekenhuis belandde. Daarmee was voor Tobias de oorlog voorbij.

In de jaren zestig zijn er door tegenstanders van Tobias geruchten in de wereld gebracht dat hij tijdens de oorlog zou hebben gediend bij de beruchte geheime ‘Feldpolizei’ – de Gestapo van de Wehrmacht. Voordat Loe de Jong in 1969 het eerste deel van zijn Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog publiceerde, waarin hij de these van de eenmansactie van Marinus van der Lubbe, zoals door Tobias onthuld, volledig onderschrijft, heeft hij deze geruchten grondig uitgezocht en aangetoond dat ze op verzinsels berusten. De Jong en Tobias hebben uitvoerig met elkaar gecorrespondeerd.

Hoe kom ik aan al die wijsheid? Sinds 1998 heb ik een langdurige correspondentie met Fritz Tobias onderhouden. In augustus 2000 heb ik hem in Hannover opgezocht. Hij was heel gastvrij en ik kon vier dagen lang in zijn bungalow logeren om zijn enorme archief te raadplegen. Iedere morgen werd ik om half acht gewekt met de mededeling: 'Herr Jassies, aufstehen!' Zonder enige restrictie was het hele archief voor mij toegankelijk en ik mocht alles kopiëren, er stond een kopieerapparaat in zijn huis. Nooit heeft hij mij gekontroleerd gedurende mijn onderzoek, ik kon gewoon mijn gang gaan, en ondertussen heeft hij mij veel verteld.

Zoals de meeste mensen geloofde ook Tobias aanvankelijk dat de nazi’s de brand in de Rijksdag geregisseerd hadden met het doel de oppositie uit te schakelen. Maar hij wachtte op de bewijzen, en na de Tweede Wereldoorlog kwamen die niet. Ook de uitkomsten van het Neurenberger Proces stelden hem wat dit betreft teleur. Ondertussen was hij begonnen te werken op het Nedersaksische ministerie van Binnenlandse Zaken in Hannover, en wel bij de Verfassungsschutz, de lokale politieke inlichtingendienst. Dat paste helemaal in de politieke overtuiging van Tobias, die als sociaal-democraat ter rechterzijde zijn leven lang fel anticommunist is geweest. Eind jaren veertig was het begin van de ‘Koude Oorlog’, die soms heel ‘warm’ beloofde te worden, en de communistische dreiging vanuit het expansieve Stalin-Rusland werd als reëel ervaren. Binnen een aantal jaren klom hij er op tot ‘Ministerialrat’, wat in goed Nederlands 'referendaris' heette, tegenwoordig is de term 'directeur-generaal' meer in zwang.

Begin jaren vijftig komt Tobias in kontakt met Walter Zirpins, een collega op het ministerie van Binnenlandse Zaken van Nedersaksen, en met Ernst Torgler. Zirpins had als een van de eerste commissarissen Marinus van der Lubbe na zijn arrestatie in februari 1933 verhoord. Torgler was toentertijd gearresteerd als communistisch medeverdachte van de Rijksdagbrand, en is uiteindelijk vrijgesproken, omdat hij - net als de andere medeverdachten van Van der Lubbe - niks met de brand te maken had. Allebei, en onafhankelijk van elkaar, verklaren zij aan Tobias dat ze overtuigd zijn van de these van een eenmansactie door Marinus. Dat zet Tobias aan het denken en hij begint nu systematisch materiaal over de Rijksdagbrand te verzamelen. Daartoe bezoekt hij ook Nederland om de toen nog levende kameraden en familieleden van Marinus te spreken. In het archief van Tobias bestaat een interessante correspondentie met de voormalige kameraden van Marinus; opvallend is dat zij hun leven lang met respekt over Tobias hebben gesproken.

In oktober 1959 verschijnt in het Duitse weekblad Der Spiegel de eerste aflevering van een elfdelige, rijkelijk geïllustreerde serie over de Rijksdagbrand onder de titel: ‘Stehen Sie auf, Van der Lubbe!’. Deze goed gedocumenteerde artikelenserie is gebaseerd op het typoscript van Fritz Tobias en gaat door tot in januari 1960. Grote delen uit het proces-verbaal van de politieverhoren met Marinus worden hierin voor de eerste keer gepubliceerd. De publicatie slaat in als een bom en wordt wereldwijd in de kranten besproken. Fritz Tobias komt de eer toe te hebben bewezen dat Marinus van der Lubbe naar waarheid heeft bekend. De artikelenserie leidt tot een groot aantal ingezonden brieven van mensen die wel of niet bij de Rijksdagbrand betrokken zijn geweest, of Marinus wel of niet hebben gekend. Al deze reacties verwerkt Tobias in zijn vuistdikke boek, dat in 1962 wordt uitgebracht: Der Reichstagsbrand. Legende und Wirklichkeit. Een verkorte versie verschijnt in 1963 in het Engels bij uitgeverij Secker & Warburg te Londen: The Reichstag Fire. Legend and Truth.

Zijn verdere leven lang heeft Tobias voor de waarheid over de Rijksdagbrand, de waarheid van Marinus, gestreden. Hij is door zijn tegenstanders zwart gemaakt, voor ‘crypto-nazi’ uitgemaakt, voor een persoon die de nazi’s wilde ‘witwassen’ door te betogen dat Van der Lubbe de brand op zijn eentje had gesticht; en dat hij met zijn publicaties de nationaal-socialisten wilde ‘vrijpleiten’ van de gruwelijke misdaden die zij daarna hebben begaan! Persoonlijk keurde Tobias de aanslag van Marinus af maar hij bleef hem altijd verdedigen als een ‘jonge idealist’, die zich wellicht in de politieke omstandigheden had vergist, maar daarom nog niet geldt als ‘pion’, of ‘provocateur’ van de nazi-partij.

Toen na de Val van de Muur, in 1989, de processen-verbaal en alle overige gerechtelijke stukken van het Rijksdagbrandproces algemeen toegankelijk werden, bleek dat Fritz Tobias zijn werken niet hoefde te herzien. De publicaties uit de archieven van het voormalig communistische Oost-Europa voegden niks toe aan wat al in essentie door Tobias was gepubliceerd.

Voor recente informatie zie ook:
- In memoriam door Sven Felix Kellerhoff;
- Fritz Tobias Wikipedia;
- Der Spiegel; overigens kan de Spiegelserie van 1959-1960: 'Stehen Sie auf, Van der Lubbe!' geraadpleegd worden op het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, het IISG te Amsterdam, http://www.iisg.nl/.

20 oktober 2010

Rijksdagbrandproces





Op 21 september 1933 werd het proces tegen Marinus van der Lubbe en de vier communistische medeverdachten door het Rijksgerechtshof in Leipzig geopend. Daarvan bestaat een mooi filmpje van Polygoon Journaal, toen er nog geen televisie bestond en iedereen naar de bioscoop ging.

Als een misdadiger wordt Marinus, in zijn boevenpakje en zwaar geboeid, binnengebracht. De vier communistische medeverdachten verschijnen keurig in pak met stropdas. Daarmee is de toon al gezet.

Op YouTube kom je voornamelijk filmpjes tegen, die de complottheorie hanteren dat Marinus een sukkel was en erin geluisd door de nazi's. Op dat vlak houdt dit Polygoon Journaal zich gedeisd. Er is geen gesproken commentaar, je hoort alleen het geruis in de rechtszaal en de opening van het proces door de rechtbankvoorzitter Wilhelm Bünger. Klik op onderstaande video:

8 mei 2010

De geheime dienst en Marinus van der Lubbe



Veel Leidenaars kenden Marinus van der Lubbe al van vóór de Rijksdagbrand als een bekend straatagitator. Hij trok de aandacht door zijn optreden als werklozenactivist, waarbij hij demonstraties aanvoerde of uit protest de ruiten ingooide bij de Sociale Dienst. Ook speelde hij een belangrijke rol in de communistische jeugdbeweging van Leiden. Ruim vier jaar voerde hij er als communist energiek actie. Dag en nacht was ie in de weer, hij debatteerde, kalkte leuzen, schreef en plakte manifesten, stond tot diep in de nacht krantjes te stencillen om ze de volgende dag bij de fabriekspoorten en stempellokalen van de werklozen uit te delen.

Door zijn vele activiteiten werd Marinus scherp in de gaten gehouden door de politie in Leiden en de geheime dienst in Den Haag. De geheime dienst heette indertijd Centrale Inlichtingendienst (C.I.). In de meidagen van 1940, bij de Duitse inval, werd het archief van de C.I. door ambtenaren in Den Haag ogenblikkelijk vernietigd. Het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (ING) heeft in de afgelopen jaren een poging tot reconstructie gedaan van de rapporten van de C.I. in het interbellum, die her en der - onder meer op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau - bewaard bleken te zijn. In het kader van deze reconstructie zijn alle gevonden documenten gescand, in een database-systeem opgeslagen en voor onderzoek beschikbaar gesteld: raadpleeg de volgende website

Marinus gaf indertijd ook een krantje voor scholieren uit: De Por. Daarmee hebben de Leidse politie en de Centrale Inlichtingendienst zich uitvoerig bezig gehouden tot aan de ministers van Onderwijs en Justitie toe, zo blijkt uit de databank van het ING. Er waarde kennelijk een spook door Leiden omdat Van der Lubbe uit porren ging. "Mijn gehele personeel", schreef de Leidse commissaris van politie R.J. Meyer destijds in een geheim rapport, "zowel de rechercheurs als het geüniformeerde personeel kent hem. Van der Lubbe is wat men pleegt te noemen 'een brutale vlerk', die steeds het politiepersoneel 'zuigt'. Mijn personeel is zeer op hem gebeten en van hem wordt niets door de vingers gezien. [...] Ik kan hieraan nog toevoegen dat de gedragingen van Van der Lubbe door mijn personeel zoveel mogelijk worden nagegaan."

Lees voor de rapportage van de Centrale Inlichtingendienst verder op... 

24 april 2010

Werkloozenkrant



In het korte leven van Marinus van der Lubbe (hij werd op 24-jarige leeftijd onthoofd) kun je min of meer drie ‘etappes’ onderscheiden, waarin hij steeds meer radicaliseerde en naar links opschoof. Al heel jong – hij was zestien jaar – sloot hij zich aan bij de communistische jeugdbond De Zaaier in Leiden. Dat bracht hem binnen enkele jaren in konflikt met de leiding van de Communistische Partij, waaronder De Zaaier ressorteerde. Marinus was te rebels en deed te veel dingen op eigen houtje zonder de partijleiding om toestemming te vragen. Na zijn definitieve breuk met de Communistische Partij, in april 1931, neemt hij deel aan de radencommunistische GIC (Groep van Internationale Communisten), waartoe een aantal vrienden van hem, onder wie Piet van Albada, behoorden. Deze groepering was op den duur te ‘intellectualistisch’ voor Marinus, en in de loop van 1932 sluit hij zich aan bij de LAO, de Linkse Arbeiders Oppositie, een groep radencommunisten die vooral in Rotterdam aktief was. Eduard Sirach was een van de voormannen in de LAO. Marinus colporteert samen met zijn vriend Simon Harteveld in Leiden met de Spartacus, het orgaan van de LAO. Tegenover de GIC, die propaganda voor de groei van de massabeweging vooropstelde, wilde de LAO deze groei bevorderen door het uitlokken van klassenkonflikten.
In dit verband kan de brandstichting door Marinus van der Lubbe in de Rijksdag te Berlijn worden bezien, als sein voor de Duitse arbeidersklasse om op te staan tegen het Hitler-fascisme, en tegen het kapitalisme in het algemeen.
In de loop van oktober-november 1932 gaf Marinus samen met enkele kameraden in Leiden de Werkloozenkrant uit. Daarin worden volslagen autonome ideeën ontvouwd. Van dit gestencilde krantje is het Nederlandse origineel tot nu toe onvindbaar. Dankzij de kameraden van het Internationale Van der Lubbe Comité beschikken we evenwel over een integrale Franse vertaling. In het archief van André Prudhommeaux, dat geraadpleegd kan worden op het IISG te Amsterdam, bevinden zich de knipsels van drie nummers van de Werkloozenkrant, die gepubliceerd werden in Le Flambeau, Brest, 1933-1934. Volgens Prudhommeaux was Marinus de initiatiefnemer en belangrijkste redakteur van de Werkloozenkrant. Zie ook Marinus van der Lubbe, Carnets de route de l’incendiaire du Reichstag et autres écrits, samengesteld door Yves Pagès en Charles Reeve (Éditions Verticales, Parijs, 2003), waarin de drie nummers van de Werkloozenkrant integraal – in het Frans – zijn gepubliceerd.

Wie het lukt om het Nederlandse origineel van de Werkloozenkrant op te duikelen, doet volgens mij een waardevolle ontdekking in het kader van Marinus van der Lubbe en de Rijksdagbrand.

21 april 2010

Rijksdagbrand opnieuw belicht




De vraag wie de Rijksdag, het Duitse parlement, op 27 februari 1933 in brand heeft gestoken, nadat Hitler een maand eerder tot rijkskanselier was benoemd, is aanleiding geweest tot verbitterde debatten. Meteen na de brand schoven nazi’s en communisten elkaar de schuld in de schoenen en raakte de eenmansactie van Marinus van der Lubbe ondergesneeuwd door de propagandaslag van beide totalitaire grootmachten, fascisme en bolsjewisme, waartussen de versie van Marinus zelf: een sein tot opstand van het Duitse proletariaat, gemangeld werd. Alleen een handvol kameraden probeerde tegen de stroom in te roeien maar werd nauwelijks gehoord.

Na de Tweede Wereldoorlog was het algemene gevoelen dat de nationaal-socialisten de ware aanstichters van de brand waren geweest. De uitdrukking ‘Rijksdagbrand’ werd zelfs een algemeen aanvaarde term om naar een door de staat geregisseerde provocatie te verwijzen met het doel de oppositie uit te schakelen. Toen de Duitse vrijetijdshistoricus Fritz Tobias rond 1960 met overvloedige bewijzen aantoonde dat Van der Lubbe wel degelijk op zijn eentje had gehandeld, kreeg hij een storm van kritiek te verduren op grond van de drogreden: als je de nazi’s ‘vrijpleit’ van betrokkenheid bij de Rijksdagbrand, dan trek je in principe hun schuld in twijfel wat al hun andere misdaden betreft. Ondertussen is de these van de eenmansversie in recente standaardwerken over de NS-periode volmondig overgenomen, zoals door de Britse historicus Ian Kershaw in zijn Hitler-biografie.

Slechts een klein groepje historici, die zich profileren als aanhangers van de Zwitserse historicus Walther Hofer, blijven onverminderd vasthouden aan de these van de naziprovocatie. Zij putten uit precies dezelfde processtukken als de Duitse justitie in 1933, die vergeefs zocht naar bewijzen van een communistische samenzwering, om er omgekeerd het bestaan van een nazicomplot uit te concluderen. Op die manier zijn zij, uit naam van een heilig soort antifascisme, slachtoffer van het achterhaalde complotdenken over de Rijksdagbrand.
Er zijn ook auteurs die op grond van al deze complottheorieën van de weeromstuit een soort algemeen ‘anticomplotdenken’ ontwikkelen, waardoor elke analyse van de provocaties van de kant van de staat, in welke vorm dan ook, teniet wordt gedaan. Deze dogmatische manier van anticomplotdenken wordt met name verdedigd door Charles Reeve en Yves Pagès, die in 2003 Van der Lubbe’s reisjournaal, artikelen en brieven in het Frans uitgaven. Toen de Éditions Antisociales in 2004 de Franse vertaling uitbracht van mijn brochure over Marinus van der Lubbe en de Rijksdagbrand, maakte ik van de gelegenheid gebruik om in een uitvoerig gedocumenteerd nawoord de polemieken rondom de Rijksdagbrand samen te vatten en de drogredenen daarover te ontzenuwen. Vervolgens heb ik dit nawoord in het Nederlands bewerkt voor een uitgave bij de Dolle Hond. Deze brochure Van Rijksdagbrand tot heden: hoe geschiedenis gemanipuleerd wordt verscheen in 2006 en is bij de bekende adressen (onder meer bij Het Fort van Sjakoo te Amsterdam) te verkrijgen. Zie voor de tekst deze link (met een rechtermuisklik te openen in een nieuw tabblad of in een nieuw venster).

In NRC Handelsblad van 2 februari 2007 verscheen een mooie recensie door Bart van der Steen. Lees verder op...