29 maart 2012
Dirk van Eck-Stichting
Eind jaren 1990 publiceerde ik in het Amsterdamse actieblad Ravage een serie van drie artikelen over Marinus van der Lubbe en de Rijksdagbrand. Daarin wordt de these van de eenmansactie uiteengezet. Op verzoek van de Dirk van Eck-Stichting in Leiden bewerkte ik deze artikelenserie opnieuw - en nu geannoteerd - met het oog op een publicatie in het Jaarboek der sociale en economische geschiedenis van Leiden en omstreken 1999. Dit jaarboek verscheen in 2000. Het is dit artikel dat twee jaar later door uitgeverij de Dolle Hond in Amsterdam werd uitgegeven in de vorm van een brochure. Deze brochure is nog steeds verkrijgbaar, onder meer in het Fort van Sjakoo in Amsterdam.
In 2004 verscheen een meer uitgebreide versie van het boekje in het Frans. Sindsdien zijn er vertalingen in het Italiaans en Spaans gepubliceerd.
In mijn blogbericht van 17 april 2010 geef ik een link naar de brochure van de Dolle Hond, die je daar kunt downloaden. Helaas is die tekst zonder illustraties, zoals in de gedrukte versie afgedrukt. De Dirk van Eck-Stichting is evenwel druk bezig hun jaarboeken on line te plaatsen. Dat betekent dat mijn artikel over Marinus van der Lubbe in de prachtige opmaak van het Leidse jaarboek - met illustraties - op internet kan worden gedownload. Het verscheen in twee afleveringen, dus klik alhier op deel 1 en deel 2. (met een rechtermuisklik in een nieuw tabblad, of nieuw venster, te openen)
27 juni 2011
The Fritz Tobias book available in English

Het standaardboek van Fritz Tobias over Marinus van der Lubbe en de Rijksdagbrand - oorspronkelijk in het Duits uitgegeven met een omvang van 723 pagina's - is op internet in het Engels gepubliceerd onder de titel The Reichstag Fire. Deze versie heeft het voordeel van de beknoptheid, en leest als een detective. De Engelse vertaling is in 1963 uitgekomen.
Download and read the Fritz Tobias book in English - a full analysis of the documentary evidence that vindicates Van der Lubbe from the slanders thrown at him by the mainstream media. Just 127 pages, read further...
On the photograph Marinus on the left, with his mother Petronella van Handel, and two of his elder brothers.
Labels:
Fritz Tobias,
Marinus van der Lubbe,
Reichstag Fire
7 januari 2011
Bij de dood van Fritz Tobias

Op nieuwjaarsdag 2011 is Fritz Tobias overleden. Een ‘amateurhistoricus’, daar maakten zijn tegenstanders hem voor uit. Maar dat deerde hem niet. Door eigen stug volgehouden onderzoek weerlegde hij na de Tweede Wereldoorlog de these dat de nazi’s de aanstichters waren van de Rijksdagbrand en Marinus van der Lubbe hun hulpje. Hij was de eerste schrijver die de bekentenissen van Van der Lubbe direkt na diens arrestatie serieus nam, en vond op die wijze de sleutel tot de oplossing van het raadsel van de Rijksdagbrand.
Fritz Tobias is op 3 oktober 1912 in Charlottenburg (Berlijn) geboren. Op jonge leeftijd begon hij als boekhandelaar te werken in het socialistische vakbondsgebouw in Hannover; ook zijn vader was in de socialistische vakbond werkzaam. In maart 1933, vlak na de Rijksdagbrand, arriveerde de SA en kon iedereen vertrekken; het vakbondsgebouw werd gesloten. Na dit gedwongen ontslag kreeg de jonge Tobias een tijdlang een uitkering van ruim acht mark per week; in de jaren daarna kwam hij te werken als assistent in een advocatenkantoor. Al die tijd was Tobias ervan overtuigd dat de nieuwe machthebbers in Duitsland met de Rijksdagbrand een ‘ploertenstreek’ hadden geleverd.
In 1940 werd Tobias door de Hitlerbende opgeroepen om als soldaat in de Wehrmacht te dienen, waaraan hij zich niet kon onttrekken. In de herfst van hetzelfde jaar werd hij in Rotterdam ondergebracht bij de Ortskommandantur om als schrijver te dienen; zijn taak was onder meer om de vele ingekomen brieven, waarin de Rotterdammers hun buren of andere lui waaraan zij een hekel hadden, bij de Duitse bezetter verlinkten, te vertalen. Op die manier heeft Tobias Nederlands geleerd. Na in Roermond en Arnhem gestationeerd te zijn werd hij uitgezonden naar Rusland, daarna naar Italië, waar hij in april 1945 zwaar gewond raakte en in een Amerikaans ziekenhuis belandde. Daarmee was voor Tobias de oorlog voorbij.
In de jaren zestig zijn er door tegenstanders van Tobias geruchten in de wereld gebracht dat hij tijdens de oorlog zou hebben gediend bij de beruchte geheime ‘Feldpolizei’ – de Gestapo van de Wehrmacht. Voordat Loe de Jong in 1969 het eerste deel van zijn Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog publiceerde, waarin hij de these van de eenmansactie van Marinus van der Lubbe, zoals door Tobias onthuld, volledig onderschrijft, heeft hij deze geruchten grondig uitgezocht en aangetoond dat ze op verzinsels berusten. De Jong en Tobias hebben uitvoerig met elkaar gecorrespondeerd.
Hoe kom ik aan al die wijsheid? Sinds 1998 heb ik een langdurige correspondentie met Fritz Tobias onderhouden. In augustus 2000 heb ik hem in Hannover opgezocht. Hij was heel gastvrij en ik kon vier dagen lang in zijn bungalow logeren om zijn enorme archief te raadplegen. Iedere morgen werd ik om half acht gewekt met de mededeling: 'Herr Jassies, aufstehen!' Zonder enige restrictie was het hele archief voor mij toegankelijk en ik mocht alles kopiëren, er stond een kopieerapparaat in zijn huis. Nooit heeft hij mij gekontroleerd gedurende mijn onderzoek, ik kon gewoon mijn gang gaan, en ondertussen heeft hij mij veel verteld.
Zoals de meeste mensen geloofde ook Tobias aanvankelijk dat de nazi’s de brand in de Rijksdag geregisseerd hadden met het doel de oppositie uit te schakelen. Maar hij wachtte op de bewijzen, en na de Tweede Wereldoorlog kwamen die niet. Ook de uitkomsten van het Neurenberger Proces stelden hem wat dit betreft teleur. Ondertussen was hij begonnen te werken op het Nedersaksische ministerie van Binnenlandse Zaken in Hannover, en wel bij de Verfassungsschutz, de lokale politieke inlichtingendienst. Dat paste helemaal in de politieke overtuiging van Tobias, die als sociaal-democraat ter rechterzijde zijn leven lang fel anticommunist is geweest. Eind jaren veertig was het begin van de ‘Koude Oorlog’, die soms heel ‘warm’ beloofde te worden, en de communistische dreiging vanuit het expansieve Stalin-Rusland werd als reëel ervaren. Binnen een aantal jaren klom hij er op tot ‘Ministerialrat’, wat in goed Nederlands 'referendaris' heette, tegenwoordig is de term 'directeur-generaal' meer in zwang.
Begin jaren vijftig komt Tobias in kontakt met Walter Zirpins, een collega op het ministerie van Binnenlandse Zaken van Nedersaksen, en met Ernst Torgler. Zirpins had als een van de eerste commissarissen Marinus van der Lubbe na zijn arrestatie in februari 1933 verhoord. Torgler was toentertijd gearresteerd als communistisch medeverdachte van de Rijksdagbrand, en is uiteindelijk vrijgesproken, omdat hij - net als de andere medeverdachten van Van der Lubbe - niks met de brand te maken had. Allebei, en onafhankelijk van elkaar, verklaren zij aan Tobias dat ze overtuigd zijn van de these van een eenmansactie door Marinus. Dat zet Tobias aan het denken en hij begint nu systematisch materiaal over de Rijksdagbrand te verzamelen. Daartoe bezoekt hij ook Nederland om de toen nog levende kameraden en familieleden van Marinus te spreken. In het archief van Tobias bestaat een interessante correspondentie met de voormalige kameraden van Marinus; opvallend is dat zij hun leven lang met respekt over Tobias hebben gesproken.
In oktober 1959 verschijnt in het Duitse weekblad Der Spiegel de eerste aflevering van een elfdelige, rijkelijk geïllustreerde serie over de Rijksdagbrand onder de titel: ‘Stehen Sie auf, Van der Lubbe!’. Deze goed gedocumenteerde artikelenserie is gebaseerd op het typoscript van Fritz Tobias en gaat door tot in januari 1960. Grote delen uit het proces-verbaal van de politieverhoren met Marinus worden hierin voor de eerste keer gepubliceerd. De publicatie slaat in als een bom en wordt wereldwijd in de kranten besproken. Fritz Tobias komt de eer toe te hebben bewezen dat Marinus van der Lubbe naar waarheid heeft bekend. De artikelenserie leidt tot een groot aantal ingezonden brieven van mensen die wel of niet bij de Rijksdagbrand betrokken zijn geweest, of Marinus wel of niet hebben gekend. Al deze reacties verwerkt Tobias in zijn vuistdikke boek, dat in 1962 wordt uitgebracht: Der Reichstagsbrand. Legende und Wirklichkeit. Een verkorte versie verschijnt in 1963 in het Engels bij uitgeverij Secker & Warburg te Londen: The Reichstag Fire. Legend and Truth.
Zijn verdere leven lang heeft Tobias voor de waarheid over de Rijksdagbrand, de waarheid van Marinus, gestreden. Hij is door zijn tegenstanders zwart gemaakt, voor ‘crypto-nazi’ uitgemaakt, voor een persoon die de nazi’s wilde ‘witwassen’ door te betogen dat Van der Lubbe de brand op zijn eentje had gesticht; en dat hij met zijn publicaties de nationaal-socialisten wilde ‘vrijpleiten’ van de gruwelijke misdaden die zij daarna hebben begaan! Persoonlijk keurde Tobias de aanslag van Marinus af maar hij bleef hem altijd verdedigen als een ‘jonge idealist’, die zich wellicht in de politieke omstandigheden had vergist, maar daarom nog niet geldt als ‘pion’, of ‘provocateur’ van de nazi-partij.
Toen na de Val van de Muur, in 1989, de processen-verbaal en alle overige gerechtelijke stukken van het Rijksdagbrandproces algemeen toegankelijk werden, bleek dat Fritz Tobias zijn werken niet hoefde te herzien. De publicaties uit de archieven van het voormalig communistische Oost-Europa voegden niks toe aan wat al in essentie door Tobias was gepubliceerd.
Voor recente informatie zie ook:
- In memoriam door Sven Felix Kellerhoff;
- Fritz Tobias Wikipedia;
- Der Spiegel; overigens kan de Spiegelserie van 1959-1960: 'Stehen Sie auf, Van der Lubbe!' geraadpleegd worden op het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, het IISG te Amsterdam, http://www.iisg.nl/.
8 december 2010
'Waarde Kameraad!' film van Ruud de Heus over Marinus van der Lubbe in twee afleveringen
De film 'Waarde Kameraad!' werd in 1967 gemaakt door Ruud de Heus, die net was afgestudeerd aan de Filmacademie in Amsterdam. Hij werd geïnspireerd door een artikelenserie van Igor Cornelissen over Marinus van der Lubbe en de Rijksdagbrand, die in 1966 in het weekblad Vrij Nederland was verschenen. De Heus ging het reisdagboek van Van der Lubbe lezen, en werd geraakt door de toon en een geheel eigen zienswijze van Marinus : “Dat reisverslag is prachtig. Toen ik het had gelezen, wilde ik persé een film maken over de jongen, die zijn voetreis naar de Balkanlanden zo mooi had beschreven, bijna als een zondagsschilder.” (VPRO-gids Vrije Geluiden, nr. 15, april 1970). Ruud de Heus ging een filmprojekt bedenken waarin het reisdagboek de hoofdrol zou spelen; over de Rijksdagbrand had hij het aanvankelijk niet willen hebben.
Maar ja, schrijft De Heus in Vrije Geluiden, “als je over Van der Lubbe begint, zit je ook vast aan die Rijksdagbrand. En wanneer je daar je neus in steekt, val je gelijk in een beerput van leugens, verdachtmakingen, valse brieven, valse verklaringen, valse bekentenissen”. Ruud de Heus besloot in zijn film, die in 1967 als voorfilm in de bioscoop werd gedraaid, de schuldvraag omtrent de brandstichting open te laten. Waar het hem om ging was Marinus neer te zetten in een ander verband dan tot dan toe werd gezien. Ondanks het feit dat De Heus in zijn film ontwijkend is over de schuldvraag, werd hij in sommige media uitgemaakt voor de “neo-nazi De Heus”. Want wie alleen al de standaardversie van het verhaal, de communistische Bruinboek-versie, waarin Marinus als nazi-provocateur wordt afgeschilderd, ter discussie stelde, werd er in die tijd al gauw van beschuldigd de nationaal-socialisten “wit te wassen” en in de kaart te spelen van het heroplevende neo-nazisme in de Bondsrepubliek Duitsland.
In 1970 werd de film van De Heus op de Nederlandse televisie uitgezonden. Inmiddels was er in het publieke debat in Nederland een begin van twijfel ontstaan over de communistische versie van het Bruinboek, die toen nog te vinden was in alle toonaangevende historische boeken. In die verandering van denken over de Rijksdagbrand heeft de historicus Loe de Jong, die in 1969 het eerste deel publiceerde van zijn officiële geschiedschrijving over Nederland in de Tweede Wereldoorlog, een grote rol gespeeld. De Jong ging publiekelijk – op televisie en in de krant - het debat aan met Édouard Calic, die naar Nederland was gekomen om de vertaling te presenteren van zijn boek over de Rijksdagbrand, waarin Van der Lubbe wordt beschreven als een misbruikt slachtoffer van de nazi’s. Zich baserend op het baanbrekende onderzoek, dat begin jaren 1960 werd gepubliceerd door de Duitse historicus Fritz Tobias, toonde Loe de Jong overtuigend aan hoe het boek van Calic wemelt van onbewezen veronderstellingen, verdachtmakingen, suggesties en feitelijke onjuistheden. Het meest gangbare standpunt (brand gesticht door de nazi’s, Van der Lubbe erin geluisd als pion) begon terrein te verliezen aan de opvatting dat Marinus zelf initiatiefnemer en enige brandstichter is geweest.
In deze omstandigheden kon Ruud de Heus in 1970 schrijven: “Sommigen zien een probleem. Een theorie die de nazi’s van schuld vrijpleit, is erg welkom in sommige kringen in West-Duitsland. Bovendien rijd je er de familie Van der Lubbe, die al jaren voor rehabilitatie van Marinus knokt, mee in de wielen [voor de familie Van der Lubbe, in de persoon van Rinus’ broer Jan, betekende rehabilitatie dat Marinus onschuldig was aan de brandstichting]. Ik denk er nu zo over: een werkelijke rehabilitatie van Marinus van der Lubbe is alleen mogelijk als we leren inzien dat zijn brand een grote en moedige en belangrijke daad was, en dat een mens het recht heeft om Rijksdagen in brand te steken als Adolf Hitlers de macht grijpen en de wereld zwijgt.”
Ruim veertig jaar nadat de film is uitgebracht, is 'Waarde Kameraad!' nog steeds waardevol door een schat aan getoond archiefmateriaal uit het Duitsland en Nederland van de jaren 1930. Tussen dit filmmateriaal valt onder meer een reconstructie van de Rijksdagbrand op, waarbij het parlementsgebouw in lichterlaaie staat. Deze beelden zijn na de Tweede Wereldoorlog in speelfilms van het voormalige communistische Oost-Europa gemanipuleerd om te suggeren dat zo’n enorme brand nooit door één persoon gesticht kan zijn. Nog steeds worden deze beelden tegenwoordig in allerlei documentaires als zogenaamd ‘archiefmateriaal’ gepresenteerd, terwijl zij vervalst zijn.
Het gesproken commentaar bij de film getuigt van een – zeker voor die tijd - onafhankelijke zienswijze en bevat veel informatie. Wie het door Ewald Vanvugt bewerkte en gesproken commentaar nog eens rustig wil nalezen, kan op deze link klikken (met een rechtermuisklik in een nieuw venster, of tabblad, te openen).
Wat de titelrol van de film betreft, volgen hier de belangrijkste credits:
Marinus van der Lubbe: gespeeld door Frans Dolmans;
Reisdagboekfragmenten: geschreven door Marinus van der Lubbe;
Commentaar: bewerkt en gelezen door Ewald Vanvugt;
De ‘tekst uit 1934’ : een gedicht van Willem Elsschot getiteld ‘Van der Lubbe’;
Fotografie: Guido Paulussen;
Montage: Nouchka van Brakel;
Beeldresearch en productie: Tom Burghard;
Script en regie: Ruud de Heus.
Met dank aan de oude kameraden van Marinus die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze film.
20 oktober 2010
Rijksdagbrandproces

Op 21 september 1933 werd het proces tegen Marinus van der Lubbe en de vier communistische medeverdachten door het Rijksgerechtshof in Leipzig geopend. Daarvan bestaat een mooi filmpje van Polygoon Journaal, toen er nog geen televisie bestond en iedereen naar de bioscoop ging.
Als een misdadiger wordt Marinus, in zijn boevenpakje en zwaar geboeid, binnengebracht. De vier communistische medeverdachten verschijnen keurig in pak met stropdas. Daarmee is de toon al gezet.
Op YouTube kom je voornamelijk filmpjes tegen, die de complottheorie hanteren dat Marinus een sukkel was en erin geluisd door de nazi's. Op dat vlak houdt dit Polygoon Journaal zich gedeisd. Er is geen gesproken commentaar, je hoort alleen het geruis in de rechtszaal en de opening van het proces door de rechtbankvoorzitter Wilhelm Bünger. Klik op onderstaande video:
Labels:
Marinus van der Lubbe,
Proces Leipzig,
Rijksdagbrand
8 mei 2010
De geheime dienst en Marinus van der Lubbe

Veel Leidenaars kenden Marinus van der Lubbe al van vóór de Rijksdagbrand als een bekend straatagitator. Hij trok de aandacht door zijn optreden als werklozenactivist, waarbij hij demonstraties aanvoerde of uit protest de ruiten ingooide bij de Sociale Dienst. Ook speelde hij een belangrijke rol in de communistische jeugdbeweging van Leiden. Ruim vier jaar voerde hij er als communist energiek actie. Dag en nacht was ie in de weer, hij debatteerde, kalkte leuzen, schreef en plakte manifesten, stond tot diep in de nacht krantjes te stencillen om ze de volgende dag bij de fabriekspoorten en stempellokalen van de werklozen uit te delen.
Door zijn vele activiteiten werd Marinus scherp in de gaten gehouden door de politie in Leiden en de geheime dienst in Den Haag. De geheime dienst heette indertijd Centrale Inlichtingendienst (C.I.). In de meidagen van 1940, bij de Duitse inval, werd het archief van de C.I. door ambtenaren in Den Haag ogenblikkelijk vernietigd. Het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (ING) heeft in de afgelopen jaren een poging tot reconstructie gedaan van de rapporten van de C.I. in het interbellum, die her en der - onder meer op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau - bewaard bleken te zijn. In het kader van deze reconstructie zijn alle gevonden documenten gescand, in een database-systeem opgeslagen en voor onderzoek beschikbaar gesteld. Daartoe is de volgende website gepubliceerd (met een rechtermuisklik te openen in een nieuw venster, of tabblad): http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/RapportenCentraleInlichtingendienst1919-1940
Marinus gaf indertijd ook een krantje voor scholieren uit: De Por. Daarmee hebben de Leidse politie en de Centrale Inlichtingendienst zich uitvoerig bezig gehouden tot aan de ministers van Onderwijs en Justitie toe, zo blijkt uit de databank van het ING. Er waarde kennelijk een spook door Leiden omdat Van der Lubbe uit porren ging. "Mijn gehele personeel", schreef de Leidse commissaris van politie R.J. Meyer destijds in een geheim rapport, "zowel de rechercheurs als het geüniformeerde personeel kent hem. Van der Lubbe is wat men pleegt te noemen 'een brutale vlerk', die steeds het politiepersoneel 'zuigt'. Mijn personeel is zeer op hem gebeten en van hem wordt niets door de vingers gezien. [...] Ik kan hieraan nog toevoegen dat de gedragingen van Van der Lubbe door mijn personeel zoveel mogelijk worden nagegaan."
Lees voor de rapportage van de Centrale Inlichtingendienst verder op... (en let op de rechter muisklik)
Door zijn vele activiteiten werd Marinus scherp in de gaten gehouden door de politie in Leiden en de geheime dienst in Den Haag. De geheime dienst heette indertijd Centrale Inlichtingendienst (C.I.). In de meidagen van 1940, bij de Duitse inval, werd het archief van de C.I. door ambtenaren in Den Haag ogenblikkelijk vernietigd. Het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (ING) heeft in de afgelopen jaren een poging tot reconstructie gedaan van de rapporten van de C.I. in het interbellum, die her en der - onder meer op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau - bewaard bleken te zijn. In het kader van deze reconstructie zijn alle gevonden documenten gescand, in een database-systeem opgeslagen en voor onderzoek beschikbaar gesteld. Daartoe is de volgende website gepubliceerd (met een rechtermuisklik te openen in een nieuw venster, of tabblad): http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/RapportenCentraleInlichtingendienst1919-1940
Marinus gaf indertijd ook een krantje voor scholieren uit: De Por. Daarmee hebben de Leidse politie en de Centrale Inlichtingendienst zich uitvoerig bezig gehouden tot aan de ministers van Onderwijs en Justitie toe, zo blijkt uit de databank van het ING. Er waarde kennelijk een spook door Leiden omdat Van der Lubbe uit porren ging. "Mijn gehele personeel", schreef de Leidse commissaris van politie R.J. Meyer destijds in een geheim rapport, "zowel de rechercheurs als het geüniformeerde personeel kent hem. Van der Lubbe is wat men pleegt te noemen 'een brutale vlerk', die steeds het politiepersoneel 'zuigt'. Mijn personeel is zeer op hem gebeten en van hem wordt niets door de vingers gezien. [...] Ik kan hieraan nog toevoegen dat de gedragingen van Van der Lubbe door mijn personeel zoveel mogelijk worden nagegaan."
Lees voor de rapportage van de Centrale Inlichtingendienst verder op... (en let op de rechter muisklik)
Labels:
De Por,
Marinus van der Lubbe,
Reichstag Fire
24 april 2010
Werkloozenkrant

In het korte leven van Marinus van der Lubbe (hij werd op 24-jarige leeftijd onthoofd) kun je min of meer drie ‘etappes’ onderscheiden, waarin hij steeds meer radicaliseerde en naar links opschoof. Al heel jong – hij was zestien jaar – sloot hij zich aan bij de communistische jeugdbond De Zaaier in Leiden. Dat bracht hem binnen enkele jaren in konflikt met de leiding van de Communistische Partij, waaronder De Zaaier ressorteerde. Marinus was te rebels en deed te veel dingen op eigen houtje zonder de partijleiding om toestemming te vragen. Na zijn definitieve breuk met de Communistische Partij, in april 1931, neemt hij deel aan de radencommunistische GIC (Groep van Internationale Communisten), waartoe een aantal vrienden van hem, onder wie Piet van Albada, behoorden. Deze groepering was op den duur te ‘intellectualistisch’ voor Marinus, en in de loop van 1932 sluit hij zich aan bij de LAO, de Linkse Arbeiders Oppositie, een groep radencommunisten die vooral in Rotterdam aktief was. Eduard Sirach was een van de voormannen in de LAO. Marinus colporteert samen met zijn vriend Simon Harteveld in Leiden met de Spartacus, het orgaan van de LAO. Tegenover de GIC, die propaganda voor de groei van de massabeweging vooropstelde, wilde de LAO deze groei bevorderen door het uitlokken van klassenkonflikten.
In dit verband kan de brandstichting door Marinus van der Lubbe in de Rijksdag te Berlijn worden bezien, als sein voor de Duitse arbeidersklasse om op te staan tegen het Hitler-fascisme, en tegen het kapitalisme in het algemeen.
In de loop van oktober-november 1932 gaf Marinus samen met enkele kameraden in Leiden de Werkloozenkrant uit. Daarin worden volslagen autonome ideeën ontvouwd. Van dit gestencilde krantje is het Nederlandse origineel tot nu toe onvindbaar. Dankzij de kameraden van het Internationale Van der Lubbe Comité beschikken we evenwel over een integrale Franse vertaling. In het archief van André Prudhommeaux, dat geraadpleegd kan worden op het IISG te Amsterdam, bevinden zich de knipsels van drie nummers van de Werkloozenkrant, die gepubliceerd werden in Le Flambeau, Brest, 1933-1934. Volgens Prudhommeaux was Marinus de initiatiefnemer en belangrijkste redakteur van de Werkloozenkrant. Zie ook Marinus van der Lubbe, Carnets de route de l’incendiaire du Reichstag et autres écrits, samengesteld door Yves Pagès en Charles Reeve (Éditions Verticales, Parijs, 2003), waarin de drie nummers van de Werkloozenkrant integraal – in het Frans – zijn gepubliceerd.
Wie het lukt om het Nederlandse origineel van de Werkloozenkrant op te duikelen, doet volgens mij een waardevolle ontdekking in het kader van Marinus van der Lubbe en de Rijksdagbrand.
In de loop van oktober-november 1932 gaf Marinus samen met enkele kameraden in Leiden de Werkloozenkrant uit. Daarin worden volslagen autonome ideeën ontvouwd. Van dit gestencilde krantje is het Nederlandse origineel tot nu toe onvindbaar. Dankzij de kameraden van het Internationale Van der Lubbe Comité beschikken we evenwel over een integrale Franse vertaling. In het archief van André Prudhommeaux, dat geraadpleegd kan worden op het IISG te Amsterdam, bevinden zich de knipsels van drie nummers van de Werkloozenkrant, die gepubliceerd werden in Le Flambeau, Brest, 1933-1934. Volgens Prudhommeaux was Marinus de initiatiefnemer en belangrijkste redakteur van de Werkloozenkrant. Zie ook Marinus van der Lubbe, Carnets de route de l’incendiaire du Reichstag et autres écrits, samengesteld door Yves Pagès en Charles Reeve (Éditions Verticales, Parijs, 2003), waarin de drie nummers van de Werkloozenkrant integraal – in het Frans – zijn gepubliceerd.
Wie het lukt om het Nederlandse origineel van de Werkloozenkrant op te duikelen, doet volgens mij een waardevolle ontdekking in het kader van Marinus van der Lubbe en de Rijksdagbrand.
Abonneren op:
Berichten (Atom)
.jpg)
