27 maart 2013

Roodboek



Terwijl Marinus van der Lubbe na zijn arrestatie in de brandnacht van 27 februari 1933 maandenlang gevangen zit in afwachting van zijn proces, stichten zijn kameraden in Nederland en Frankrijk, onder wie Lo Lopes Cardozo, Greet van Amstel, André Prudhommeaux en Alphonse Barbé, het Internationaal Van der Lubbe Comité. In Nederland publiceren zij op 21 september 1933, wanneer in Leipzig het proces tegen Van der Lubbe en zijn communistische medebeklaagden begint, het Roodboek Van der Lubbe en de Rijksdagbrand. Dit Roodboek is hun antwoord op de grove leugens van het communistische Bruinboek, dat ruim een maand eerder met veel tamtam was verschenen en waarin Marinus als een halfgare idioot en naziprovocateur werd geportretteerd.

In het Roodboek worden het dagboek, dat Marinus had bijgehouden tijdens zijn voettocht door Oost-Europa en een aantal van zijn brieven afgedrukt, en ook veel ondertekende verklaringen van mensen die Marinus van nabij hadden meegemaakt of goed gekend. Dit alles werd gepubliceerd met de bedoeling de suggestie te weerleggen dat Marinus door fascistische denkbeelden besmet zou zijn geweest, zoals de communistische propagandamachine dat de wereld liet geloven. Ook had diezelfde propagandamachine erop gehamerd dat Van der Lubbe een dwaas was, door roemzucht en ijdelheid bezeten, geestelijk instabiel en gemakkelijk beïnvloedbaar, en daarbij ook nog homoseksueel en omkoopbaar, zoals door hoge nazileiders binnen de SA!

Lo Lopes Cardozo, in de vernietigingskampen
van Hitler-Duitsland vergast. 

De grove leugens in het Bruinboek, en in de communistische pers, worden in het Roodboek met bijtend sarcasme weerlegd. Maurits Dekker, Age van Agen, Lo Lopes Cardozo en Bernard Verduin zijn de schrijvers van het Roodboek. Zij behoren net zoals Marinus van der Lubbe tot de radencommunisten van de jaren dertig. Radencommunisten onderscheiden zich van de partijcommunisten doordat zij de autonome organisatie van de arbeiders in hun eigen vergaderingen voorstaan, buiten de partij en vakbond om. Anton Pannekoek en Herman Gorter zijn samen met Otto Rühle de theoretische grondleggers van het radencommunisme. Door de moedige inspanningen van het Van der Lubbe Comité in de jaren dertig weten wij nu wie Marinus van der Lubbe is en wat er rond de Rijksdagbrand is gebeurd.

Maurits Dekker

Dankzij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) kan het Roodboek op internet worden geraadpleegd. De tekst klinkt tegenwoordig wat ouderwets, typisch uit de strijdbare jaren van 1930, toen men nog volop in de klassenstrijd geloofde, maar het reisdagboek van Marinus en de brieven van hem en zijn kameraden maken het geheel heel leesbaar. Door Kelder Uitgeverij te Utrecht is het Roodboek herdrukt en onder meer verkrijgbaar in het Fort van Sjakoo in Amsterdam.

6 februari 2013

Totalitaire propaganda

Willi Münzenberg, ook wel de 'rode miljonair' genoemd
Toen na de Tweede Wereldoorlog de brute misdaden van de nazi's bekend werden, was het algemene gevoelen dat de nationaal-socialisten de ware aanstichters van de Rijksdagbrand waren geweest. Verwonderlijk is dat niet omdat de stalinistische leugens daarover (de complottheorie, zoals gepropageerd in de z.g. Bruinboeken) ook de westerse democratieën heel goed van pas kwamen; want daarmee konden zij hun eigen lamlendigheid en passiviteit tegenover de opkomst en dictatuur van Hitler rechtvaardigen. De anonieme Bruinboeken waren in de jaren '30 wereldwijd populair. Voor de eerste keer werd daarin gedocumenteerd verslag gedaan van de gruweldaden van het naziregime, de boekverbrandingen, moordpartijen en concentratiekampen. Dit verslag verleende het andere deel van het boek, een relaas van de brandstichting waarin Marinus van der Lubbe werd neergezet als een werktuig van de nazi's, een zekere geloofwaardigheid. Nu werd dat verhaal onmiddellijk door vrijwel alle kranten ter wereld als sensationele onthulling overgenomen. "Nazi's zelf aanstichters van de Rijksdagbrand!" "Communisten onschuldig!", schreeuwden de krantenkoppen. (Televisie was er nog niet.) De gearresteerde Hollandse 'communist' Van der Lubbe zou al tijdens eerdere reizen in Duitsland kontakt hebben gelegd met nationaal-socialisten! Het met veel bravoure verzonnen verhaal over de onderaardse tunnel, waardoor een SA-colonne het Rijksdaggebouw binnendrong om de parlementszaal met ontvlambare vloeistoffen te prepareren, terwijl Marinus door een zij-ingang werd binnengelaten om her en der in het gebouw brandjes te stichten en zich als enige te laten arresteren, spreekt tot op de dag van vandaag tot de verbeelding. De communistische mediamagnaat Willi Münzenberg komt de verdienste toe deze ingenieuze mythe samen met Otto Katz te hebben bedacht en in de publieke opinie verankerd.


Het partijcommunisme - de Communistische Internationale (Komintern) onder leiding van Stalin-Rusland - heeft enorm van de Rijksdagbrand geprofiteerd. Ik bedoel niet persee de Duitse Communistische Partij (KPD), waarvan vele spelers vlak na de brand - voorzover zij niet naar het buitenland waren gevlucht - in het concentratiekamp belandden, maar daar had Stalin in het grote spel van de wereldpolitiek niet zoveel moeite mee. Hij heeft wel veel meer kameraden laten ombrengen in binnen- en buitenland! Willi Münzenberg, propagandamagnaat van  de Komintern, die direkt na de Rijksdagbrand vanuit Duitsland naar Parijs was gevlucht, zag in deze brand de kans van zijn leven. Gefinancierd door Moskou zette hij een enorme propagandastunt op poten, verscholen achter organisaties met neutrale, humanitair klinkende namen, zoals het 'Wereldcomité voor de Slachtoffers van het Hitler-fascisme'. Dit Comité trok in vele westerse landen prominente niet-communistische beroemdheden aan om zitting te nemen in de diverse landelijke comités. Münzenberg - een genie op propagandagebied - is de grote uitvinder van de zogenaamde mantelorganisaties, die sindsdien door allerlei regimes worden gebruikt, maar vooral door de communisten. "Via die nevenorganisaties kun je andere mensen (het liefst vooraanstaande publieke figuren of mensen met geld) erbij betrekken op niet-communistische denkwijze, als het ware vanuit humane en sentimentele gronden," aldus een oud-partijcommunist in Rotterdam (geciteerd in Rood Rotterdam in de jaren '30, uitgave Raket, 1984). Je kunt die mensen dan aktiviteiten laten ontwikkelen die - zonder dat zij er zich bewust van zijn - in de kaart spelen van de achter de schermen opererende communisten. Het 'Wereldcomité voor de Slachtoffers van het Hitler-fascisme' is een goed voorbeeld van zo'n communistische mantelorganisatie. Dit Comité verleende helemaal geen hulp aan de slachtoffers van het Hitler-fascisme, maar bracht onder meer de beruchte Bruinboeken uit, waarin Van der Lubbe als nazi-provocateur werd geportretteerd, en het organiseerde in september 1933 het z.g. Tegenproces in Londen, een tribunaal waaraan internationaal befaamde liberale juristen deelnamen om Marinus van der Lubbe als 'pion' van de nazi's te veroordelen, zonder te weten dat zij door 'Moskou' werden gemanipuleerd.
Goelag-Rusland jaren '30
Omdat de vier communistische medeverdachten in het Rijksdagbrandproces te Leipzig - wegens gebrek aan bewijs - werden vrijgesproken, leek het erop dat voortaan het communisme, en de Komintern, in de publieke opinie werden vrijgesproken van alle slechte bedoelingen, gemene opzet en gewelddadigheid, die hun gewoonlijk waren toegeschreven. Terwijl de communisten in de media altijd waren geportretteerd als meedogenloze wereldrevolutionairen, kwamen ze nu in de picture als achtenswaardige, onschuldig vervolgde democratische antifascisten. Als bij toverslag! Willi Münzenberg komt de eer toe in 1933 een nieuw gezicht voor het stalinisme te hebben bedacht: dat van het antifascistische communisme. De communisten werden plotseling als helden van de democratie voorgesteld tégen de dictatuur (van Hitler). Op die manier draaide het Rijksdagbrandproces uit op een eclatante overwinning van de Communistische Internationale. Ook al kon Hitler daarna de macht naar zich toetrekken, Stalin - zijn tegenvoeter in de totalitaire propagandaslag - kon dat eveneens. In het publicitaire geweld van beide grootmachten werd de eenmansactie van Marinus vernietigd, en hijzelf onthoofd.
Kort daarop begonnen in Sovjet-Rusland de z.g. Moskouse processen, waarbij Stalin zijn oude kameraden liet uitmoorden. Opposanten, zoals anarchisten en onschuldigen werden, en waren al in heel Rusland bij duizenden opgepakt, doodgeschoten of naar de concentratiekampen afgevoerd. Maar de terreur in Stalin-Rusland was indertijd gewoonlijk in de publieke opinie van Oost en West verborgen, de terreur in Hitler-Duitsland was daarentegen algemeen bekend, voor wie het kon en wilde weten.

Wat de hierboven in het kort geschetste propaganda betreft, is het boek van François Furet daarover heel interessant: Het verleden van een illusie (Amsterdam, 1996), zie vooral blz 284-285, waar hij alles in een notendop samenvat. Verders zijn de boeken van Martin Schouten over Rinus van der Lubbe uitermate geschikt om over de Bruinboeken en het Tegenproces in Londen te raadplegen: zie de eerste druk (1986) rond blz 106; of anders de tweede druk (1999) rond blz 112.




29 maart 2012

Dirk van Eck-Stichting opgegaan in Historische Vereniging Oud Leiden



Eind jaren 1990 publiceerde ik in het Amsterdamse actieblad Ravage een serie van drie artikelen over Marinus van der Lubbe en de Rijksdagbrand. Daarin wordt de these van de eenmansactie uiteengezet. Op verzoek van de Dirk van Eck-Stichting in Leiden bewerkte ik deze artikelenserie opnieuw - en nu geannoteerd - met het oog op een publicatie in het Jaarboek der sociale en economische geschiedenis van Leiden en omstreken 1999. Dit jaarboek verscheen in 2000. Het is dit artikel dat twee jaar later door uitgeverij de Dolle Hond in Amsterdam werd uitgegeven in de vorm van een brochure. Deze brochure is nog steeds verkrijgbaar, onder meer in het Fort van Sjakoo in Amsterdam.

In 2004 verscheen een meer uitgebreide versie van het boekje in het Frans. Sindsdien zijn er vertalingen in het Italiaans en Spaans gepubliceerd.

In mijn blogbericht van 17 april 2010 geef ik een link naar de brochure van de Dolle Hond, die je daar kunt downloaden. Helaas is die tekst zonder illustraties, zoals in de gedrukte versie afgedrukt. De Dirk van Eck-Stichting is evenwel druk bezig hun jaarboeken on line te plaatsen. Dat betekent dat mijn artikel over Marinus van der Lubbe in de prachtige opmaak van het Leidse jaarboek - met illustraties - op internet kan worden gedownload. Het verscheen in twee afleveringen, dus klik alhier op deel 1 en deel 2. (met een rechtermuisklik in een nieuw tabblad, of nieuw venster, te openen)




27 juni 2011

The Fritz Tobias book available in English



Het standaardboek van Fritz Tobias over Marinus van der Lubbe en de Rijksdagbrand - oorspronkelijk in het Duits uitgegeven met een omvang van 723 pagina's - is op internet in het Engels gepubliceerd onder de titel The Reichstag Fire. Deze versie heeft het voordeel van de beknoptheid, en leest als een detective. De Engelse vertaling is in 1963 uitgekomen.

Download and read the Fritz Tobias book in English - a full analysis of the documentary evidence that vindicates Van der Lubbe from the slanders thrown at him by the mainstream media. Just 127 pages, read further...

On the photograph Marinus on the left, with his mother Petronella van Handel, and two of his elder brothers.

7 januari 2011

Bij de dood van Fritz Tobias



Op nieuwjaarsdag 2011 is Fritz Tobias overleden. Een ‘amateurhistoricus’, daar maakten zijn tegenstanders hem voor uit. Maar dat deerde hem niet. Door eigen stug volgehouden onderzoek weerlegde hij na de Tweede Wereldoorlog de these dat de nazi’s de aanstichters waren van de Rijksdagbrand en Marinus van der Lubbe hun hulpje. Hij was de eerste schrijver die de bekentenissen van Van der Lubbe direkt na diens arrestatie serieus nam, en vond op die wijze de sleutel tot de oplossing van het raadsel van de Rijksdagbrand.

Fritz Tobias is op 3 oktober 1912 in Charlottenburg (Berlijn) geboren. Op jonge leeftijd begon hij als boekhandelaar te werken in het socialistische vakbondsgebouw in Hannover; ook zijn vader was in de socialistische vakbond werkzaam. In maart 1933, vlak na de Rijksdagbrand, arriveerde de SA en kon iedereen vertrekken; het vakbondsgebouw werd gesloten. Na dit gedwongen ontslag kreeg de jonge Tobias een tijdlang een uitkering van ruim acht mark per week; in de jaren daarna kwam hij te werken als assistent in een advocatenkantoor. Al die tijd was Tobias ervan overtuigd dat de nieuwe machthebbers in Duitsland met de Rijksdagbrand een ‘ploertenstreek’ hadden geleverd.

In 1940 werd Tobias door de Hitlerbende opgeroepen om als soldaat in de Wehrmacht te dienen, waaraan hij zich niet kon onttrekken. In de herfst van hetzelfde jaar werd hij in Rotterdam ondergebracht bij de Ortskommandantur om als schrijver te dienen; zijn taak was onder meer om de vele ingekomen brieven, waarin de Rotterdammers hun buren of andere lui waaraan zij een hekel hadden, bij de Duitse bezetter verlinkten, te vertalen. Op die manier heeft Tobias Nederlands geleerd. Na in Roermond en Arnhem gestationeerd te zijn werd hij uitgezonden naar Rusland, daarna naar Italië, waar hij in april 1945 zwaar gewond raakte en in een Amerikaans ziekenhuis belandde. Daarmee was voor Tobias de oorlog voorbij.

In de jaren zestig zijn er door tegenstanders van Tobias geruchten in de wereld gebracht dat hij tijdens de oorlog zou hebben gediend bij de beruchte geheime ‘Feldpolizei’ – de Gestapo van de Wehrmacht. Voordat Loe de Jong in 1969 het eerste deel van zijn Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog publiceerde, waarin hij de these van de eenmansactie van Marinus van der Lubbe, zoals door Tobias onthuld, volledig onderschrijft, heeft hij deze geruchten grondig uitgezocht en aangetoond dat ze op verzinsels berusten. De Jong en Tobias hebben uitvoerig met elkaar gecorrespondeerd.

Hoe kom ik aan al die wijsheid? Sinds 1998 heb ik een langdurige correspondentie met Fritz Tobias onderhouden. In augustus 2000 heb ik hem in Hannover opgezocht. Hij was heel gastvrij en ik kon vier dagen lang in zijn bungalow logeren om zijn enorme archief te raadplegen. Iedere morgen werd ik om half acht gewekt met de mededeling: 'Herr Jassies, aufstehen!' Zonder enige restrictie was het hele archief voor mij toegankelijk en ik mocht alles kopiëren, er stond een kopieerapparaat in zijn huis. Nooit heeft hij mij gekontroleerd gedurende mijn onderzoek, ik kon gewoon mijn gang gaan, en ondertussen heeft hij mij veel verteld.

Zoals de meeste mensen geloofde ook Tobias aanvankelijk dat de nazi’s de brand in de Rijksdag geregisseerd hadden met het doel de oppositie uit te schakelen. Maar hij wachtte op de bewijzen, en na de Tweede Wereldoorlog kwamen die niet. Ook de uitkomsten van het Neurenberger Proces stelden hem wat dit betreft teleur. Ondertussen was hij begonnen te werken op het Nedersaksische ministerie van Binnenlandse Zaken in Hannover, en wel bij de Verfassungsschutz, de lokale politieke inlichtingendienst. Dat paste helemaal in de politieke overtuiging van Tobias, die als sociaal-democraat ter rechterzijde zijn leven lang fel anticommunist is geweest. Eind jaren veertig was het begin van de ‘Koude Oorlog’, die soms heel ‘warm’ beloofde te worden, en de communistische dreiging vanuit het expansieve Stalin-Rusland werd als reëel ervaren. Binnen een aantal jaren klom hij er op tot ‘Ministerialrat’, wat in goed Nederlands 'referendaris' heette, tegenwoordig is de term 'directeur-generaal' meer in zwang.

Begin jaren vijftig komt Tobias in kontakt met Walter Zirpins, een collega op het ministerie van Binnenlandse Zaken van Nedersaksen, en met Ernst Torgler. Zirpins had als een van de eerste commissarissen Marinus van der Lubbe na zijn arrestatie in februari 1933 verhoord. Torgler was toentertijd gearresteerd als communistisch medeverdachte van de Rijksdagbrand, en is uiteindelijk vrijgesproken, omdat hij - net als de andere medeverdachten van Van der Lubbe - niks met de brand te maken had. Allebei, en onafhankelijk van elkaar, verklaren zij aan Tobias dat ze overtuigd zijn van de these van een eenmansactie door Marinus. Dat zet Tobias aan het denken en hij begint nu systematisch materiaal over de Rijksdagbrand te verzamelen. Daartoe bezoekt hij ook Nederland om de toen nog levende kameraden en familieleden van Marinus te spreken. In het archief van Tobias bestaat een interessante correspondentie met de voormalige kameraden van Marinus; opvallend is dat zij hun leven lang met respekt over Tobias hebben gesproken.

In oktober 1959 verschijnt in het Duitse weekblad Der Spiegel de eerste aflevering van een elfdelige, rijkelijk geïllustreerde serie over de Rijksdagbrand onder de titel: ‘Stehen Sie auf, Van der Lubbe!’. Deze goed gedocumenteerde artikelenserie is gebaseerd op het typoscript van Fritz Tobias en gaat door tot in januari 1960. Grote delen uit het proces-verbaal van de politieverhoren met Marinus worden hierin voor de eerste keer gepubliceerd. De publicatie slaat in als een bom en wordt wereldwijd in de kranten besproken. Fritz Tobias komt de eer toe te hebben bewezen dat Marinus van der Lubbe naar waarheid heeft bekend. De artikelenserie leidt tot een groot aantal ingezonden brieven van mensen die wel of niet bij de Rijksdagbrand betrokken zijn geweest, of Marinus wel of niet hebben gekend. Al deze reacties verwerkt Tobias in zijn vuistdikke boek, dat in 1962 wordt uitgebracht: Der Reichstagsbrand. Legende und Wirklichkeit. Een verkorte versie verschijnt in 1963 in het Engels bij uitgeverij Secker & Warburg te Londen: The Reichstag Fire. Legend and Truth.

Zijn verdere leven lang heeft Tobias voor de waarheid over de Rijksdagbrand, de waarheid van Marinus, gestreden. Hij is door zijn tegenstanders zwart gemaakt, voor ‘crypto-nazi’ uitgemaakt, voor een persoon die de nazi’s wilde ‘witwassen’ door te betogen dat Van der Lubbe de brand op zijn eentje had gesticht; en dat hij met zijn publicaties de nationaal-socialisten wilde ‘vrijpleiten’ van de gruwelijke misdaden die zij daarna hebben begaan! Persoonlijk keurde Tobias de aanslag van Marinus af maar hij bleef hem altijd verdedigen als een ‘jonge idealist’, die zich wellicht in de politieke omstandigheden had vergist, maar daarom nog niet geldt als ‘pion’, of ‘provocateur’ van de nazi-partij.

Toen na de Val van de Muur, in 1989, de processen-verbaal en alle overige gerechtelijke stukken van het Rijksdagbrandproces algemeen toegankelijk werden, bleek dat Fritz Tobias zijn werken niet hoefde te herzien. De publicaties uit de archieven van het voormalig communistische Oost-Europa voegden niks toe aan wat al in essentie door Tobias was gepubliceerd.

Voor recente informatie zie ook:
- In memoriam door Sven Felix Kellerhoff;
- Fritz Tobias Wikipedia;
- Der Spiegel; overigens kan de Spiegelserie van 1959-1960: 'Stehen Sie auf, Van der Lubbe!' geraadpleegd worden op het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, het IISG te Amsterdam, http://www.iisg.nl/.

8 december 2010

'Waarde Kameraad!' film van Ruud de Heus over Marinus van der Lubbe in twee afleveringen





De film 'Waarde Kameraad!' werd in 1967 gemaakt door Ruud de Heus, die net was afgestudeerd aan de Filmacademie in Amsterdam. Hij werd geïnspireerd door een artikelenserie van Igor Cornelissen over Marinus van der Lubbe en de Rijksdagbrand, die in 1966 in het weekblad Vrij Nederland was verschenen. De Heus ging het reisdagboek van Van der Lubbe lezen, en werd geraakt door de toon en een geheel eigen zienswijze van Marinus : “Dat reisverslag is prachtig. Toen ik het had gelezen, wilde ik persé een film maken over de jongen, die zijn voetreis naar de Balkanlanden zo mooi had beschreven, bijna als een zondagsschilder.” (VPRO-gids Vrije Geluiden, nr. 15, april 1970). Ruud de Heus ging een filmprojekt bedenken waarin het reisdagboek de hoofdrol zou spelen; over de Rijksdagbrand had hij het aanvankelijk niet willen hebben.

Maar ja, schrijft De Heus in Vrije Geluiden, “als je over Van der Lubbe begint, zit je ook vast aan die Rijksdagbrand. En wanneer je daar je neus in steekt, val je gelijk in een beerput van leugens, verdachtmakingen, valse brieven, valse verklaringen, valse bekentenissen”. Ruud de Heus besloot in zijn film, die in 1967 als voorfilm in de bioscoop werd gedraaid, de schuldvraag omtrent de brandstichting open te laten. Waar het hem om ging was Marinus neer te zetten in een ander verband dan tot dan toe werd gezien. Ondanks het feit dat De Heus in zijn film ontwijkend is over de schuldvraag, werd hij in sommige media uitgemaakt voor de “neo-nazi De Heus”. Want wie alleen al de standaardversie van het verhaal, de communistische Bruinboek-versie, waarin Marinus als nazi-provocateur wordt afgeschilderd, ter discussie stelde, werd er in die tijd al gauw van beschuldigd de nationaal-socialisten “wit te wassen” en in de kaart te spelen van het heroplevende neo-nazisme in de Bondsrepubliek Duitsland.

In 1970 werd de film van De Heus op de Nederlandse televisie uitgezonden. Inmiddels was er in het publieke debat in Nederland een begin van twijfel ontstaan over de communistische versie van het Bruinboek, die toen nog te vinden was in alle toonaangevende historische boeken. In die verandering van denken over de Rijksdagbrand heeft de historicus Loe de Jong, die in 1969 het eerste deel publiceerde van zijn officiële geschiedschrijving over Nederland in de Tweede Wereldoorlog, een grote rol gespeeld. De Jong ging publiekelijk – op televisie en in de krant - het debat aan met Édouard Calic, die naar Nederland was gekomen om de vertaling te presenteren van zijn boek over de Rijksdagbrand, waarin Van der Lubbe wordt beschreven als een misbruikt slachtoffer van de nazi’s. Zich baserend op het baanbrekende onderzoek, dat begin jaren 1960 werd gepubliceerd door de Duitse historicus Fritz Tobias, toonde Loe de Jong overtuigend aan hoe het boek van Calic wemelt van onbewezen veronderstellingen, verdachtmakingen, suggesties en feitelijke onjuistheden. Het meest gangbare standpunt (brand gesticht door de nazi’s, Van der Lubbe erin geluisd als pion) begon terrein te verliezen aan de opvatting dat Marinus zelf initiatiefnemer en enige brandstichter is geweest.

In deze omstandigheden kon Ruud de Heus in 1970 schrijven: “Sommigen zien een probleem. Een theorie die de nazi’s van schuld vrijpleit, is erg welkom in sommige kringen in West-Duitsland. Bovendien rijd je er de familie Van der Lubbe, die al jaren voor rehabilitatie van Marinus knokt, mee in de wielen [voor de familie Van der Lubbe, in de persoon van Rinus’ broer Jan, betekende rehabilitatie dat Marinus onschuldig was aan de brandstichting]. Ik denk er nu zo over: een werkelijke rehabilitatie van Marinus van der Lubbe is alleen mogelijk als we leren inzien dat zijn brand een grote en moedige en belangrijke daad was, en dat een mens het recht heeft om Rijksdagen in brand te steken als Adolf Hitlers de macht grijpen en de wereld zwijgt.”

Ruim veertig jaar nadat de film is uitgebracht, is 'Waarde Kameraad!' nog steeds waardevol door een schat aan getoond archiefmateriaal uit het Duitsland en Nederland van de jaren 1930. Tussen dit filmmateriaal valt onder meer een reconstructie van de Rijksdagbrand op, waarbij het parlementsgebouw in lichterlaaie staat. Deze beelden zijn na de Tweede Wereldoorlog in speelfilms van het voormalige communistische Oost-Europa gemanipuleerd om te suggeren dat zo’n enorme brand nooit door één persoon gesticht kan zijn. Nog steeds worden deze beelden tegenwoordig in allerlei documentaires als zogenaamd ‘archiefmateriaal’ gepresenteerd, terwijl zij vervalst zijn.

Het gesproken commentaar bij de film getuigt van een – zeker voor die tijd - onafhankelijke zienswijze en bevat veel informatie. Wie het door Ewald Vanvugt bewerkte en gesproken commentaar nog eens rustig wil nalezen, kan op deze link klikken (met een rechtermuisklik in een nieuw venster, of tabblad, te openen).

Wat de titelrol van de film betreft, volgen hier de belangrijkste credits:

Marinus van der Lubbe: gespeeld door Frans Dolmans;
Reisdagboekfragmenten: geschreven door Marinus van der Lubbe;
Commentaar: bewerkt en gelezen door Ewald Vanvugt;
De ‘tekst uit 1934’ : een gedicht van Willem Elsschot getiteld ‘Van der Lubbe’;
Fotografie: Guido Paulussen;
Montage: Nouchka van Brakel;
Beeldresearch en productie: Tom Burghard;
Script en regie: Ruud de Heus.

Met dank aan de oude kameraden van Marinus die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van deze film.

20 oktober 2010

Rijksdagbrandproces





Op 21 september 1933 werd het proces tegen Marinus van der Lubbe en de vier communistische medeverdachten door het Rijksgerechtshof in Leipzig geopend. Daarvan bestaat een mooi filmpje van Polygoon Journaal, toen er nog geen televisie bestond en iedereen naar de bioscoop ging.

Als een misdadiger wordt Marinus, in zijn boevenpakje en zwaar geboeid, binnengebracht. De vier communistische medeverdachten verschijnen keurig in pak met stropdas. Daarmee is de toon al gezet.

Op YouTube kom je voornamelijk filmpjes tegen, die de complottheorie hanteren dat Marinus een sukkel was en erin geluisd door de nazi's. Op dat vlak houdt dit Polygoon Journaal zich gedeisd. Er is geen gesproken commentaar, je hoort alleen het geruis in de rechtszaal en de opening van het proces door de rechtbankvoorzitter Wilhelm Bünger. Klik op onderstaande video: